Schop me



Sinds 11 augustus 2007 te koop (maar schiet op, bijna uitverkocht!)

Waar het over gaat
Op Fee Smit zesentwintigste verjaardag staat Valerie, haar nicht uit Parijs opeens voor de deur. Ze is van plan te blijven. Hoewel Fee vroeger gruwelde van Valerie, laat ze zich uit sluimerend schuldgevoel door haar moeder overhalen het wicht op sleeptouw te nemen. Ze laat Valerie de stad zien en stelt haar aan mensen voor. Fee heeft namelijk aanzien in het hoofdstedelijke nachtleven; ze komt al jaren in clubs en met name De Club, waar ze iedereen kent. Vanessa is verandert. Uit de getergde magere sprinkhaan die ze als kind was, is een verbazingwekkend lekker wijf gegroeid. Een vrouw waar mannen kwijlend achteraan lopen. Fee, die haar populariteit ziet afbrokkelen heeft moeite dit te verwerken. Vooral als ze haar beste vriend LaRue, een gezellige charlatan, kwijtraakt aan haar nicht. Zonder LaRue vindt Fee haar leven in het algemeen, en uitgaan in het bijzonder, maar saai. Haar surogaat-beste vriend, patjepeeër Cor blijkt bij nader inzien een buitengewoon onfris type. Valerie die in het begin vooral uitbundig is, gedraagt zich steeds excentrieker. Fee maakt zich zorgen om LaRue en roept uiteidelijk de hulp in van haar halfbroer Wolf, een kersverse politieagent in opleiding.

Schop me speelt in de nadagen van de jaren negentig clubcultuur en beschrijft een beslissend jaar in het leven van een uitgaanstijger.

Een fragment
(...) Zilvers huis was vlakbij. Het was geen lege industriële loft met enorme designmeubelen zoals de meeste succesvolle mensen die ik kende bewoonden, maar een overdadig boudoir vol draperieën, wollige vloerkleden en zachte witte banken. Kastjes hadden krullende poten en kroonluchters waren zwaar van het bergkristal. Ik vermoedde dat het antiek echt was. In een ruimte die door schuifdeuren kon worden afgesloten stond een bekende knaap met ontbloot bovenlijf plaatjes te draaien. Ik herkende hem, hij stond bekend als een groot nieuw talent. De muziek stond schandelijk hard maar Zilver hoefde zich geen zorgen te maken over buren, omdat hij eenvoudigweg geen buren had. Zijn hoekpand grensde aan een kerk en in het huis van God was op dit onchristelijke uur niemand thuis. Ik ging naast Herman zitten op de witte bank en keek om me heen. De aanwezigen waren over het algemeen wat ouder dan ik, op een paar groepjes verse jonge figuranten na. Ik herkende een Nederlandse schrijver, een paar acteurs, een cabaretier, wat prominenten uit De Club en een zangeres. Zilver had zich verkleed in een geborduurde kamerjas van karmozijnrode zijde met daaronder een zwarte huisbroek en Marokkaanse sloffen met krultenen. Op de salontafel lagen wat royale lijnen coke te geduldig te wachten op onze gulzige neuzen. Een donkere jongen had mij en Herman een glas champagne ingeschonken. Ik genoot. Niet in de laatste plaats omdat ik eindelijk ergens scheen te zijn waar Valerie niet was uitgenodigd. Ik luisterde naar Herman die iemand een verhaal vertelde. Een goed verhaal waar ik maar half naar hoefde te luisteren aangezien ik het al kende. Het half ontklede dj talent draaide aangenaam. Vanwege een plotseling opgekomen gevoel van bescheidenheid wilde ik niet de eerste zijn die zich over het salontafeltje zou buigen maar gelukkig dacht niet iedereen er zo over zodat ik niet lang hoefde te dralen voordat ik het rietje van de schrijver kon overnemen. Met een gong-achtig geluid klonk de deurbel. Niemand, inclusief Zilver, stond op maar toch werd de deur open gedaan en klonken in de gang stemmen. Ik vroeg me af of het personeel wat hier rondliep alleen voor vanavond was of dat Zilver zich altijd liet bedienen. Binnen kwamen drie mensen, een man in pak, een verbijsterend knappe jonge vrouw en een man in het zwart. Ze gingen zitten tegenover me zitten op een van de andere witte banken. Na een tijdje realiseerde ik me wie de man in het zwart was.
‘Is dat niet ....?’ Fluisterde ik in Hermans oor.
Herman knikte. Ik ging iets rechter op zitten. Je kon nog zo blasé zijn, in de nabijheid van een wereldster was het moeilijk normaal te doen. De Nederlandse acteurs en het zangeresje bijvoorbeeld gingen opeens veel harder praten en articuleren. De cabaretier maakte wat meer flauwe grapjes. De rocker was niet anders gewend natuurlijk dus die ging gewoon door met op gedempte toon praten met zijn gezelschap, wat ongetwijfeld bestond uit de directeur van zijn platenlabel en zijn vriendin van dat moment, waarschijnlijk een Scandinavisch fotomodel. Het aantal lijntjes op de tafel werd alras minder dus ik nam er snel nog eentje. Toen ik opkeek zat de rocker op zijn knieën naast me, zijn dollarbiljet reeds opgerold. O mijn god, dacht ik. Ik zit naast de bekendste muzikant van de wereld. We snuiven dezelfde coke. Deze gedachte ontketende een hysterische lachaanval waardoor de laatste lijnen coke op de tafel uit elkaar waaiden. De rockster keek me geërgerd aan terwijl het kostbare poeder door de lucht dwarrelde. Ik stamelde een excuus in het Engels en probeerde me een onderzetter nieuwe lijnen te leggen. Omdat teveel van de cocaïne op de grond terecht was gekomen was dit vrijwel onmogelijk. Gelukkig kwam Zilver me te hulp. Hij leegde een zilverkleurig vaatje op de tafel, prakte het en legde een stuk of twintig gave nieuwe lijnen neer. De rockster viel aan. Zilver legde zijn hand op mijn schouder en knipoogde. De een paar jongeren begonnen te dansen in de eetkamer. De schrijver en ik spraken over schoenen. Hij had nieuwe gekocht en vroeg wat ik er van vond. Ik vond er niets aan maar zei ze prachtig te vinden. Herman had een van de jongens, waarschijnlijk een kunstacademiestudent op zijn schoot getrokken en was bezig hem homoseksualiteit aan te praten. Zilver had toastjes met paté neer laten zetten.
Aan de zijkant van de gigantische woonkamer stond een antieke gietijzeren wenteltrap waar bovenaan opeens een paar blote benen verschenen. Aan de benen zat Amber, gekleed in niets anders dan een dikke roze badjas. Langzaam daalde ze de trap af, gevolgd door Valerie, gekleed in niets. Absoluut niets. Volkomen piemelnaakt stond Valerie in de kamer. Haar gebeeldhouwde lichaam glansde in het gedempte lamplicht. Ze schudde wat druppels uit haar natte haar en ging voorzichtig op haar knieën zitten bij de salontafel. Ze snoof en stond weer op.
‘O hallo Fee.’
‘Hallo Valerie. Ben je ervan bewust dat je geen kleren aan hebt?’
Valerie lachte sprankelend. ‘Natuurlijk. Ik ben in het bad geweest.’
‘Met Amber?’
Ze knikte. Ik keek rond. Amber was gaan zitten. Zelfs de homo’s staarden naar Vanessa. De rockster knipperde met zijn ogen en slikte. Het Zweedse fotomodel ging op zijn schoot zitten. De platenbaas sloeg zijn benen over elkaar. Hij zweette. De schrijver gebaarde geestdriftig naar Vanessa, de plaats naast hem was nog vrij, tenminste als ik opschoof.
‘SCHAT,’ zei Herman toen Valerie ging zitten. ‘Leg je er wel even een krantje onder, anders lek je misschien op het bankstel.’
Ik schraapte mijn keel. ‘Zilver, waar is de toilet hier ook alweer?’
Toen ik terug kwam van het toilet was alles enigszins normaal geworden, tenminste als je een gezelschap met een naakte vrouw normaal vindt. Het was een levende, moderne variant van het Manets, Dejeuner sur l’herbe.


Misschien overbodig maar ik doe hem er toch bij. Plaatjes zijn leuk.
Edouard Manet (1832-1883), Dejeuner sur l'herbe, 1863, collectie Musee d'Orsay


© Cindy Hoetmer - alle rechten voorbehouden