Kort verhaal voor magazine Summertime / Gewoon lekker meedoen

Het is maar vakantie, denk ik een paar keer achter elkaar, als ik de groep zie staan. Twintig handen schudt ik. Tien jongens, negen meisjes en de reisleidster.
De twee meisjes die naast me zitten in het vliegtuig kenden elkaar nog niet, maar ze zouden een tweeling kunnen zijn. Precies eender blond haar in een staartje, allebei een literaire thriller op schoot. Ik koop een beker koffie van de luchtserveerster, de meisjes drinken jasmijnthee. We hoeven niet ver, slechts een uur of drie, maar die drie uren lijken drie dagen en nachten te duren. Om stiltes te voorkomen verzin ik gespreksonderwerpen, maar de meisjes maken het me niet gemakkelijk. Zelf vragen ze niets, alleen of ze er langs mogen om naar de wc te kunnen. Gelukkig val ik na een uur in slaap, de echte slaap duurt niet zo lang maar ik acteer er nog een uur nepslaap aan vast.
Nadat het vliegtuig is geland, de bagage is teruggevonden en zijn ingecheckt in het hotel waar we in een touringcar naartoe zijn gereden, worden we verwacht op de informatiebijeenkomst op het terras. Mijn kamer is klein, hij kijkt uit op een binnenplaats en ruikt enigszins naar mannensokken. Ik trek zomerkleren aan, die vreemd staan op mijn grauwe huid en daal af naar het terras.  Het is zo warm dat het me verbaast dat het zwembadwater niet kookt. Ik ga onder een parasol zitten met uitzicht op Debby, de reisleidster. Debby heeft er zin in. Ze heeft een glimlach waar een volwassen pony zich niet voor zou schamen. Eerst worden de algemene zaken behandeld, het hotel, de omgeving en de lokale gebruiken. Zo vertelt Debby ons dat de mensen hier van het ‘moskee-geloof’ zijn. Ik lach hardop, maar niemand lacht mee. Misschien zijn het inderdaad geen islamieten hier maar leden van het moskee-geloof. Dat ik er nooit van gehoord heb, hoeft niet te betekenen niet dat het niet bestaat.
Debby geeft ons allemaal een hardroze t-shirt, en raadt ons aan het zo veel mogelijk te dragen. Het is handig omdat we elkaar zo kunnen herkennen, en ook kan je er mooie kortingen mee krijgen bij de lokale middenstand. Dan komt ze ter zake, ze vertelt over het programma. Allereerst loopt ze langs met een doos waarin iedereen zijn mobiele telefoon moet doen. Ze is onverbiddelijk, we moeten hem inleveren.
‘Ik heb hem nodig voor mijn werk’ lieg ik.
‘Het stond in de folder.’ Debby glimlacht helemaal niet meer als ze mijn mobiele telefoon uit mijn vuist peutert, hem uitzet en in de doos legt tussen de andere telefoons.
‘Het is gebleken dat mobiel contact met de thuisbasis het contact tussen de deelnemers in de weg staat. En we zijn niet voor niets de meest succesvolle organisatie in deze branche.’ Ze glimlacht weer. Debby kondigt aan dat vanavond na het eten we spelenderwijs beter zullen leren kennen, maar dat we tot die tijd vrij zijn om te doen waar we zin in hebben. Terug op mijn kamer bekijk ik het t-shirt. Het is wijd, en het logo staat er maarliefst twee keer op. Klein op de borst en reusachtig op de rug. ‘Good 2 Meet’ staat er met witte letters, alleen twee o’s zijn geel. Ze overlappen elkaar. Ik denk dat het trouwringen moeten voorstellen.
Ondanks de verschrikkelijke hitte ga ik naar het strand, alleen. Het bruine gras langs het stoffige pad naar de zee is bedekt met kleurig zwerfvuil. Schurftige honden kijken me wantrouwend aan. De zee is maar een paar graden koeler dan de lucht, maar ik blijf zo lang als ik kan in het water.
De vloer van het zaaltje waar we ’s avonds zitten is van glimmend marmer. Er is een bar die niet meer wordt gebruikt. Het zaaltje was in betere tijden waarschijnlijk een tweede eetzaal. Nu staat er een hele lange tafel met plastic terrasstoelen. Het ruikt er naar bleek en Maggie. Alleen het voorste gedeelte van de ruimte, waar de tafel staat is verlicht maar de airco staat aan en het is er lekker koud. Mannen en vrouwen zijn om en om neergezet zie ik aan de naamkaartjes op de tafels. Ik zit tussen Michiel en Marco tegenover me zit Erik. De een vroegoud, met afritsbroek en wijkende haargrens, de ander stijf en brildragend en de derde is vadsig en mager tegelijk, en wit als melk. De meisjes hebben rokjes aan en bijna iedereen draagt klittebandsandalen. Met enthousiasme wordt het roze shirt gedragen, het staat leuk bij de verbrande huid. We moeten iets over onszelf vertellen. Alsof ik nog op school zit begint mijn hart sneller te kloppen als ik aan de beurt ben. Ik noem mijn naam, woonplaats en beroep.
‘Waarom ben je hier, Barbara?’ Vraagt Debby.
‘Mijn ouders hebben me deze reis cadeau gedaan.’
‘Je moet eerlijk tegen jezelf zijn, Barbara. Waarom ben je hier echt?’
Ik zwijg, maar zij kwekt lekker door.
‘… Je bent hier om een leuke liefde te vinden, en wij zijn hier om jou te helpen.’
Als iedereen iets over zichzelf heeft verteld, leren we een lied. Het Good 2 Meet-lied, op de melodie van Madonna’s Holiday. De tekst staat op een flip-over. Het lied zal iedere avond weer worden gezongen. Vanmiddag hebben de meisjes kennelijk al groepjes gevormd; het is alsof ze elkaar al jaren kennen. De mannen niet, die zijn sociaal niet zo voortvarend. Ik begin maar een groepje met Michiel, Marco en Erik. Mijn excellente conversatietechniek is de lijm die ons groepje bij elkaar houdt. Liters wrange Turkse wijn worden achterover geslagen tijdens de knotsgekke spelletjes die we moeten doen, en tegen een uur of twaalf is het helemaal niet meer zo ongemakkelijk. Mijn lippen zijn tegen die tijd wel pikzwart, mijn tanden grijs.
Ik sta vroeg op en ga, nog duizelig van de drank, naar de receptie. Ik wil naar huis. De gebrekkig Engels sprekende receptionist belt onmiddellijk naar Debby, die naar beneden komt gestormd met ongekamde haren. Net als mijn telefoon is mijn paspoort gegijzeld. Ze hebben al eerder te maken gehad met deelnemers die aanvankelijk niet zoveel affiniteit hadden met het programma, maar die waren naderhand ook blij dat ze gebleven waren.
‘Gewoon lekker meedoen, meid.’ Spoort ze me aan.
Ik ga naar de eetzaal en ontbijt zwijgend naast Erik. Ook Michiel en Marco schuiven aan. Overdag lees ik een boek bij het zwembad en ’s avonds trek ik mijn roze t-shirt aan en zing ik mee met het Good 2 Meet-lied. Ik denk dat de tijd sneller gaat als ik ophoud me te verzetten. Ondanks Debby’s inspanningen ontstaan er geen relaties. Er zijn meisjes die flirten met Turkse barmannen, of Britse hotelgasten maar niemand kijkt om naar de bleke moederskindjes van Good 2 Meet. Behalve ik. Ik ga winkelen met Michiel, waterfietsen met Marco, ijs eten met Erik en speel poker met alle drie. Dat ik hier bepaald geen amoureuze bedoelingen mee heb, laat ik ze regelmatig weten. Het lijkt me belangrijk duidelijk te zijn tegen deze jongens, want ze komen nogal onervaren over.
De laatste avond is, hoe kan het ook anders, een bonte avond. Iedereen moet iets leuks doen. De meisjes zingen liedjes, jongens vertellen een mop of doen iets lichamelijk zoals op hun handen staan. Eentje heeft een gezichtje getekend op zijn buik, en beweegt zijn navel alsof het een mond is. Ikzelf draag een gedicht van Rainer Maria Rilke voor, gewoon omdat ik dat kan. Het Good 2 Meet lied zingen we zelfs twee keer, de laatste keer wat ongearticuleerd vanwege algemene dronkenschap. Debby heeft een verrassing. Deze laatste avond is het aantal kamers gehalveerd. Iedere jongen moet bij een meisje op de kamer. Je kan iemand kiezen, of anders wordt er geloot. Er wordt geprotesteerd, maar alleen door vrouwen.
‘Heeft niemand de folder gelezen’ roept Debby. ‘Want daar stond in, dat wij van Good 2 Meet ALLES zullen doen om jullie aan een relatie te helpen.’
We zijn inmiddels beneveld genoeg om gedwee een naam uit Debby’s hostessenhoedje te trekken. Ik trek Erik. Als hij zijn spullen heeft gehaald, lig ik al in bed met gepoetste tanden en het roze shirt aan. Ik val in slaap als hij in de badkamer is maar wordt wakker van een hand op mijn arm. Erik staat aan mijn kant van het bed. Het magere vadsige lijf naakt. Helemaal naakt, en opgewonden. Ik spring op, in een klap ontnuchterd.
‘Erik, doe niet zo raar.’ Zeg ik met stemverheffing. ‘Trek je kleren aan, dit gaat echt niet gebeuren, vriend.’
 ‘Maar…,’ Antwoordt hij huilerig. ‘In de folder stond… Ik heb hier zestienhonderd Euro voor betaald. Daar moet ik toch wel iets voor terug krijgen?’
Hoewel ik begrip heb voor zijn standpunt -zestienhonderd Euro is een hoop geld- grijp ik een kussen en slaap ik verder in het bad. Met de deur op slot.
© Cindy Hoetmer - alle rechten voorbehouden